Genesis 2:23

Dan zegt hij, Adam: Dit is eindelijk been uit mijn beenderen en vlees uit mijn vlees. Tot haar wordt geroepen vrouw, want uit een man is zij genomen.

Strong

H121H559H2063H6471H6106H4480H1320H7121H802H3588H3947H376

Concordant Literal Version (second revision)

EngelsVertaling
The human said: This time, it is bone of my bones and flesh of my flesh. This shall be called woman, for this was taken from her man.
De mens zei: deze keer is het been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees. Dit zal vrouw worden genoemd, want dit is van haar man afgenomen.

Concordant Literal Version 2003

EngelsVertaling
And saying is the human, “This was once bone of my bones and flesh from my flesh. This shall be called woman, for from her man is this taken.En zeggen is de mens: “Dit was eens been van mijn beenderen en vlees van mijn vlees. Dit zal een vrouw worden genoemd, want van haar man is dit weggenomen.

King James

EngelsVertaling
And Adam said, This is now bone of my bones, and flesh of my flesh: she shall be called Woman, because she was taken out of Man.
En Adam zei: Dit is nu been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees: zij zal Vrouw worden genoemd, omdat zij uit de mens is weggenomen.

Das Konkordante Neue Testament (KNT)

DuitsVertaling

Statenvertaling

Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.

Herziene Statenvertaling

Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.

Naardense bijbel

Dan zegt hij, de –rode– mens: zij is het nu! been uit mijn beenderen
en vlees uit mijn vlees! tot haar worde geroepen ‘isja’,- vrouw, want uit een iesj,- man is zij genomen!

Versverwijzingen

Maleáchi 2:14 (Statenvertaling)
Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is.

Éfeze 5:30-31 (Statenvertaling)
30 Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. 31 Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.

Opmerkingen

NBG: Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is.
HB: ‘Ja, dit is wat ik nodig had!’ riep Adam uit, ‘zij is echt een deel van mijn lichaam. Ik zal haar mannin noemen, omdat zij is genomen uit de man.’
WV: Toen sprak de mens: `Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’